Workshop Juancho Valencia
‘Deze muziekstijl heet aguabajo, oftewel ‘stroomafwaarts’, omdat hij oorspronkelijk werd gezongen in de kano tijdens het peddelen.’ Terwijl het buiten onafgebroken sneeuwt, luisteren de studenten binnen in het WMDC geboeid naar de Colombiaanse pianist, componist en bandleider Juancho Valencia. ‘Tja, stroomopwaarts was er waarschijnlijk niet genoeg energie over om ook nog te zingen,’ gniffelt hij. De zaal lacht.
Op 16, 17 en 18 februari werkte Valencia (Medellín, 1980) met de groep latinstudenten en een aantal jazzblazers van het Rotterdams Conservatorium aan het instuderen van wat Colombiaans repertoire. De pianist staat bekend om zijn grensverleggende en vernieuwende aanpak van de traditionele Colombiaanse muziek; met zijn eigen groepen Puerto Candelaria en Banda La República herdefinieert hij die ritmes door zowel hun sterke als zwakke kanten uit te vergroten.
‘Voordat we gaan spelen moeten we muzikale diversiteit leren kennen.’ Hij loopt naar het white board en tekent een gestileerd kaartje van zijn thuisland, dat hij opdeelt in vijf regio’s. ‘Je hebt de Caribische kust, waar de bevolking een perfecte mix is tussen blank, zwart en inheems. Dat is ook terug te horen in de muziek. De bekendste Colombiaanse muziekstijlen, zoals de langzame, vrouwelijke cumbia en de rurale, melancholieke vallenato komen uit die Caribische regio.’
Een hele ochtend is Valencia bezig de enorme hoeveelheid Colombiaanse ritmes te beschrijven en te laten horen. ‘Een andere belangrijke streek is die van de Pacifische kust. Daar is het grootste deel van de bevolking zwart. Door de geïsoleerde ligging zijn daar de ritmes van de Afrikaanse slaven goed bewaard gebleven. De grootste ritmes daar zijn de currulao en de porro chocoano.’
Ook de overige regio’s worden besproken: de inheemse gitaarmuziek van de Andes, de minder bekende muziek uit de Amazone en de harpmuziek met veel Spaanse invloeden van de vlaktes op de grens met Venezuela. Voor de workshop focust Valencia echter op de – qua percussie interessantere – Afro-Colombiaanse ritmes van de kuststreken.
De vijfkoppige blazerssectie, verschillende pianisten, een gitarist, twee basgitaristen, een stuk of acht percussionisten en maar liefst zeven zangers en zangeressen van Codarts gaan aan de slag met Valencia’s arrangementen van cumbia’s, porro’s en puya’s. Als een bevlogen dirigent staat de Colombiaan in het midden van het volle lokaal met een koebel in zijn hand, en geeft hij de maat, het volume en de breaks aan.
‘Deze studenten zijn gewend om salsa te spelen; Afro-Cubaanse muziek. Ik zoek overeenkomsten met die muziek om hen te laten wennen, en daarna de verschillen.’ Hij wijst de pianisten er bijvoorbeeld op dat de Colombiaanse muziek meer op de beat wordt gespeeld, terwijl de Cubaanse veel meer syncope kent – om de beat heen. ‘Kijk, de details staan in de boeken, maar ik wil hen meer het gevoel meegeven van hoe het moet klinken; hoe het moet voelen.’
Op de derde dag speelt de groep – in verschillende bezettingen – onder meer het swingende Gaita de las Flores, de porro Fiesta de negritos en de vallenato Momposina. De sfeer is optimaal; iedereen zingt de coros mee en de studenten maken gretig foto’s en audio-opnamen.
Om de workshop af te ronden geeft het gezelschap ’s middags een concert op het podium van het WMDC: als dank scanderen de 28 studenten uitgelaten ‘Juancho! Juancho!’ op het ritme van het laatste nummer. Een luid applaus volgt. Buiten sneeuwt het nog steeds.