Jac Carlsson (hier danst hij in Earth Apples van Itzik Galili): ‘Kunst kan het dagelijks leven overstijgen.’ Foto Konrad Szymanski.

Meteen verliefd

Jac Carlsson (23) uit Zweden is vierdejaarsstudent van de Bacheloropleiding Dans van de Rotterdamse Dansacademie. Het tweede jaar liep hij stage, het derde jaar was hij door een blessure vier maanden uit de running. Nu volgt hij technieklessen. En doet hij audities.


In zijn vierde jaar van de Bacheloropleiding Dans volgt Jac Carlsson (Stockholm, 29 september 1986) dagelijks technieklessen in de studio’s van de Rotterdamse Dansacademie. En doet hij audities. Het grootste deel van zijn jaargenoten is nu als stagiair(e) actief bij een dansgezelschap; het vierde jaar is volgens het curriculum immers stagejaar. Jac heeft zijn stage al achter de rug: het hele tweede schooljaar, plus een deel van de zomervakantie, maakte hij deel uit van Henri Oguike Dance Company in Londen.

‘Ik heb er lang over nagedacht of ik dat wel moest doen, een stage al in het tweede jaar van mijn opleiding. Zou het niet beter zijn eerst nog een paar jaar lessen te volgen? Maar ik realiseerde me ook dat dit een unieke mogelijkheid voor me was,’ vertelt Jac. Hij bestempelt zijn tijd in Londen als ‘gek, leuk, inspirerend’. ‘Henri gaf me veel verantwoordelijkheid, ook in het creatieve proces.’

Jac is laat begonnen met dansen. ‘Mijn moeder is actrice, mijn vader regisseur; als kind kwam ik vaak in het theater. Maar mijn eerste moderne-dansvoorstelling, van het Cullberg Ballet, zag ik pas toen ik 17 jaar was. En ik was meteen verliefd.’ Hij nam danslessen, maar die boden hem al snel geen uitdaging meer. Door de deelname aan een summerschool in Stockholm bloeide zijn liefde voor de dans weer volledig op. ‘Ik had er gewoon lol in! Die summerschool bevestigde alles waarover dans voor mij moet gaan.’

Dans kan de kern van ons wezen raken, zegt Jac. ‘Van nature is het een abstracte vorm van expressie. En dat is de kracht. Dans gaat over beweging, in de brede zin van het woord. Er bestaat geen barrière tussen de danser en het publiek. Iedereen kan beweging voelen, zelfs als je die niet ziet. Ik heb veel gesport. Ik houd van bewegen, ik houd ervan beweging in mijn eigen lichaam te voelen en die te zien in andere lichamen. Thuis werd ik omgeven door kunst. Dans combineert beweging en kunst.’

Hij vervolgt: ‘Ik denk dat kunst, en de behoefte om te creëren, de belangrijkste aspecten van het leven zijn. Kunst kan het dagelijks leven overstijgen, vertelt ons dat er meer is om voor te vechten dan overleven. Het is geen religie, het is iets wat we doen. Ondanks oorlog, armoede of wanhoop, of zelfs grote vreugde en tevredenheid, mensen zullen altijd kunst creëren.’

Gedurende zijn laatste jaar op het gymnasium trainde hij vier keer per week bij een dansschool. Vervolgens deed hij auditie voor de Danish National School of Contemporary Dance in Kopenhagen, en werd aangenomen. ‘Ik heb daar een hoop geleerd, maar ik wilde méér. Na een jaar koos ik voor de Rotterdamse Dansacademie. Hier wordt een hoger niveau geboden qua techniek en dansomgeving. Dat was een geweldige beslissing voor mij!’

Jac behaalde zijn propedeuse, zijn tweede schooljaar verbleef hij in Londen. ‘Henri Oguike zocht twee mannelijke dansers voor zijn gezelschap, nam contact op met de Rotterdamse Dansacademie en kwam hierheen. Uit vijftien studenten koos hij mij en een andere jongen.’ Na het seizoen in Londen, afgesloten met een intensieve tournee, en een korte vakantie kwam Jac weer terug op school. ‘Ik wilde dolgraag verder werken aan mijn techniek en ging heel ambitieus de lessen in.’ Te ambitieus, weet hij nu. ‘Ik brak een middenvoetsbeentje. Het herstel kostte vier maanden. In die periode heb ik veel nagedacht. Waarom doe ik wat ik doe? Ik houd van kunst, ik houd van dans. Sindsdien is mijn plezier in dansen nog groter geworden. En luister ik beter naar mijn lichaam.’

Deze zomer studeert hij af, ondertussen is hij op zoek naar een baan. Jac: ‘Ik wil niet gewoon een danser zijn bij een zogenaamd fantastisch gezelschap. Ik wil mezelf zijn, en mezelf zijn betekent betrokken zijn bij mensen die het leven en kunst in een breder perspectief plaatsen, mensen die refereren aan wie ik ben. Het gaat er niet om wat ik doe, maar hoe ik het doe.’