master kunsteducatie - toelatingseisen
Tot de opleiding kunnen worden toegelaten studenten met een afgeronde kunstvakdocentopleiding op bachelorniveau: Docent Muziek of Docent Dans (HBO). De opleiding laat per jaar maximaal 20 studenten toe. Dit aantal is bepaald door de capaciteit van de opleiding en door de inschatting van de regionale behoefte aan afgestudeerden. Het minimum aantal studenten is 12. In het geval zich minder dan 12 studenten aanmelden zal de opleiding om budgettaire redenen dit studiejaar niet doorgaan.
Selectie vindt plaats in de vorm van een intake-assessment. Toelating is onder andere afhankelijk van een vooraf op te stellen concept studieplan. Hierin definieer je je eigen kunstpedagogische interesseveld en je concept onderzoek in onderlinge samenhang (maximaal 500 woorden). De procedure bestaat daarnaast uit een assessmentgesprek waarin werkervaring, motivatie en studieplan aan de orde komen.
De intakecommissie beoordeelt de geschiktheid van de kandidaat. Indien van toepassing en bewijsbaar erkent de opleiding eerder verworven competenties. De aansluiting op eerdere ervaringen van de kandidaat en reeds verworven competenties krijgt zijn uitwerking in de specifieke afstemming van het studieprogramma op het studieplan, leermethoden en wijze van toetsing in het onderwijs. Daarentegen kan de commissie, indien zij dit noodzakelijk acht, je verplicht stellen om aanvullende leerarrangementen te volgen gericht op de verwerving van ontbrekende competenties.
De voorkeur wordt gegeven aan studenten met een relevante werkervaring. Als relevant wordt beschouwd: een actieve praktijk als docent in de tweede fase van het voortgezet onderwijs, de hogere jaren van het mbo-vormgevingsonderwijs, het hbo-kunstonderwijs, de centra kunstzinnige vorming en educatieve diensten van culturele instellingen.
